Smiley face
Author

Corine

Browsing

Het RGD deelt graag de volgende vacature van Holla Legal & Tax:

Holla Legal & Tax heeft ruimte voor een masterstudent-stagiair(e) Gezondheidsrecht. Tijdens de stage kijk en werk je actief mee in de praktijk van de advocaten gezondheidsrecht van Holla. Denk aan het bijwonen van zittingen en besprekingen, literatuur- en jurisprudentieonderzoek en het opstellen van concept(proces)stukken. Daarnaast ben je natuurlijk welkom om mee te doen met de vele sociale activiteiten die het kantoor organiseert. Tijdens je stage ervaar je dat geen dag hetzelfde is en dingen niet altijd lopen zoals je had gepland. Een leerzame ervaring dus en na afloop kun je goed beoordelen of het vak, het kantoor en de mensen je aanspreken. De student-stage duurt twee maanden en is in principe fulltime, maar parttime is bespreekbaar. In overleg bespreken we of je werkt vanuit onze vestiging in Utrecht, ‘s-Hertogenbosch en/of Eindhoven.

Meer weten? Kijk op www.holla.nl, www.werkenbijholla.nl of neem contact op met Jeffrey Groen (088-4402471 / j.groen@holla.nl). Direct solliciteren?Stuur dan je motivatiebrief, CV, cijferlijsten en eventuele stagebeoordelingen naar Jeffrey (j.groen@holla.nl).

Met trots presenteren wij het derde RGD Magazine van 2021-2022 met het thema ‘Samenwerken in de zorg’!

Lees onder meer over:

  • Gegevensuitwisseling bij samenwerkingen in het kader van wetenschappelijk onderzoek (M. Janssen & R. Burm) 
  • Samenwerking in de zorg met het oog op welk belang (A. Klaassen)
  • Interview met Eveline Schmitt-Hoogeterp (Nysingh)
  • Het mededingingsrecht op de arbeidsmarkt (F. Barendrecht & D. Koenders)
  • De juiste zorg op de juiste plek (M. Buijsen) 
  • Gegevensuitwisseling in de zorg – enkele privacyrechtelijke knelpunten (S. Hendriks) 

Het Rotterdams Gezondheidsrecht Dispuut is op zoek naar leden voor het 10e bestuur van onze vereniging!

Een parttime bestuursjaar bij het RGD is goed te combineren met de master Recht van de Gezondheidszorg aan de EUR en brengt je in contact met advocatenkantoren, zorginstellingen en andere professionals binnen het gezondheidsrecht. Door middel van het organiseren van gastcolleges, kantoorbezoeken, symposia en lezingen breng je de praktijk van het gezondheidsrecht naar de studenten van de master. Uiteraard is er ook veel ruimte voor gezellige informele activiteiten! 

Je kunt solliciteren voor de functie van voorzitter, penningmeester, secretaris, commissaris externe betrekkingen en commissaris redactie. Interesse? Stuur een bericht naar info@rgdispuut.nl en dan nemen wij contact met je op!

Het RGD en de GRSA slaan de handen ineen en organiseren samen een bezoek aan het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport!

Het bezoek zal fysiek plaatsvinden op het ministerie (Parnassusplein 5, Den Haag) op woensdag 15 juni vanaf 14.00 uur (tot +/- 17.00 uur). Hierbij krijgen we een inkijkje in het werk van een jurist bij het Ministerie van VWS, zal er een casus besproken worden en kan je zelfs speeddaten met juristen van verschillende directies. Aansluitend is er nog een borrel!

Het programma (onder voorbehoud):

  • Introductie
  • Wat betekent het werken als jurist bij VWS?
  • Presentatie ‘Van idee tot wet’: totstandkoming van de Wzd
  • Casus ‘Wietexperiment’
  • Quiz/Kahoot
  • Speeddaten met juristen van verschillende directies 
  • Afsluiting en borrel

Aanmelden voor deze activiteit kan tot en met 9 juni via deze link

GroenLinks wil dat abortus uit het Nederlandse Wetboek van Strafrecht verdwijnt. Op dit moment is het plegen van abortus in Nederland strafbaar, voor zover deze abortus niet is verricht in een ziekenhuis of abortuskliniek en niet conform de regels in de Abortuswet is uitgevoerd. GroenLinks bepleit dat de huidige strafbaarstelling van illegale abortussen artsen en vrouwen criminaliseert. Volgens Martin Buijsen, hoogleraar Gezondheidsrecht aan Erasmus School of Law, beschermt de huidige wetgeving juist de zwangere vrouw en de ongeboren vrucht.

In een interview met het Nederlands Dagblad vertelt Buijsen welke functie het Wetboek van Strafrecht op dit moment speelt bij abortussen: “Als de zwangerschapsafbreking plaatsvindt in een ziekenhuis of abortuskliniek, en er is aan de voorwaarden uit de abortuswet voldaan, dan is deze ook volgens het Wetboek van Strafrecht niet strafbaar. Van de vermelding in het Wetboek van Strafrecht gaat echter wél een zekere beschermende werking uit naar de vrouw en de ongeboren vrucht.”

Het zijn juist de voorwaarden uit de Abortuswet die vrouwen en ongeboren kinderen beschermen tegen onveilige en illegale abortussen. Buijsen: “Het is bovendien helder aan welke eisen er bij abortus moet worden voldaan om buiten het strafrecht te blijven. Ook volgens de laatste evaluatie, in 2020, functioneert de Nederlandse abortuswetgeving naar behoren.”

Abortus uit het Wetboek van Strafrecht halen
Als abortus niet meer strafbaar is, dan is het ook niet langer strafbaar om een ongeboren kind te doden. Alleen het medische tuchtrecht zou dan kunnen ingrijpen. “Door de vermelding in de strafwet erken je dat het ongeboren kind beschermwaardig is. Er is sprake van voortschrijdende beschermwaardigheid; reden waarom we abortussen na 24 weken zwangerschap niet meer acceptabel vinden – tenzij er sprake is van een zeer uitzonderlijke situatie. Als je abortus uit het Wetboek van Strafrecht haalt, heb je in de wet ook geen onderscheid meer tussen vroegere en late zwangerschapsafbrekingen. Het strafrecht stelt nu een duidelijke grens aan abortus”, vertelt Buijsen.

Voorstanders van het weghalen van abortus uit de strafwet, pleiten voor het belang van een vrije keuze voor de moeder om een ongeboren kind weg te laten halen. De Nederlandse Abortuswetgeving is een compromis in zienswijze, waarbij tot op zekere hoogte deze keuzevrijheid intact wordt gelaten. Wanneer de ontwikkeling van een foetus 24 weken of meer gevorderd is, wordt het recht op leven van dit kind beschermd door de wet.

Bron: Erasmus Universiteit Rotterdam

Recent is aan het licht gekomen dat befaamd alzheimeronderzoeker Philip Scheltens zijn wetenschappelijke en commerciële werkzaamheden steeds meer vermengt. Zo is Scheltens vanuit zijn academische aanstelling hoofdonderzoeker van een studie naar een medicijn dat is ontwikkeld door het beursgenoteerde farmabedrijf Vivoryon. Daarnaast is hij bestuurder van het investeringsfonds LSP Dementia. De indirecte bestuurders van dat fonds zijn ook bestuurder van een LSP-fonds dat weer aandelen heeft in datzelfde Vivoryon. Arnoud Pijls, universitair hoofddocent Ondernemingsrecht en Financieel recht aan Erasmus School of Law, vertelt over de kwetsbaarheid van deze constructie in een artikel in Trouw en De Groene Amsterdammer.  

Philip Scheltens heeft in de afgelopen tientallen jaren veel betekend voor het onderzoek naar alzheimer. Op dit moment voert hij onderzoek uit naar een aantal medicijnen dat alzheimer zou kunnen afremmen en zelfs in bepaalde mate zou kunnen voorkomen, zogenoemde ‘amyloïde-opruimers’. Deze onderzoeken worden veelal gefinancierd door investeerders uit de farmaceutische industrie.

Verschuiving van betrokkenheid

De afgelopen jaren heeft Scheltens zijn onderzoekswerk steeds meer uit handen gegeven en gaandeweg neemt hij steeds meer taken op zich in de farmaceutische industrie. Zo is hij sinds 2020 in dienst van het private equity-fonds Life Sciences Partners, dat sinds 2022 EQT Life Sciences heet. Dit fonds investeert via verschillende subfondsen voor drie miljard euro in biotech- en farmabedrijven.

Kwetsbare situatie

Scheltens voert vanuit zijn academische aanstelling echter nog steeds onderzoek uit naar alzheimermedicijnen. Zo is hij hoofdonderzoeker van een studie naar een medicijn dat is ontwikkeld door het beursgenoteerde farmabedrijf Vivoryon. Daarnaast is hij bestuurder van het investeringsfonds LSP Dementia. De indirecte bestuurders van dat fonds zijn ook bestuurder van een LSP-fonds dat weer aandelen heeft in datzelfde Vivoryon. Volgens deskundigen is hier sprake van een mogelijk belangenconflict en de vraag is of daar zorgvuldig genoeg mee wordt omgegaan.

Ook universitair hoofddocent Ondernemingsrecht Pijls, spreekt van een “kwetsbare constructie” als het gaat om (het voorkomen van) handel met voorkennis. Volgens hem moeten er bij EQT Life Sciences zorgvuldige procedures bestaan voor hoe met belangenconflicten wordt omgegaan en moeten adequate maatregelen worden getroffen om handel met voorkennis te voorkomen.

“Scheltens mag niet met derden communiceren over tussentijdse wetenschappelijke resultaten van medicijnen van Vivoryon, dus ook niet met collega’s bij een van de LSP-fondsen. De indirecte bestuurders van LSP Dementia, het fonds waar Scheltens de scepter zwaait, zijn ook bestuurder van een LSP-fonds dat weer aandelen heeft in Vivoryon. Mochten zij eerder dan de rest van de markt bekend worden met tussentijdse resultaten van Vivoryon, dan mogen zij niet met die informatie gaan handelen”, aldus Pijls.

Volgens François Kristen, hoogleraar Strafrecht aan de Universiteit Utrecht, is het als buitenstaander moeilijk te controleren wie bij een investeringsfonds als EQT Life Sciences contact heeft met wie en waarover. Pijls zegt daarover: “Om adequaat met dergelijke belangenconflicten te kunnen omgaan, kunnen de zogenoemde ‘Chinese Walls’ niet hoog genoeg gemetseld worden.”

Bron: Erasmus Universiteit Rotterdam

Zorgdirecteuren met een strafblad of dubieus zorgverleden kunnen nog steeds eenvoudig een nieuwe jeugd- of thuiszorginstelling beginnen. De nieuwe wetgeving die begin dit jaar is ingevoerd, zou dit probleem moeten aanpakken. Deskundigen vinden echter dat de wet niet toereikend is, blijkt uit een artikel van RTL Nieuws. Ook André den Exter, universitair hoofddocent Gezondheidsrecht aan Erasmus School of Law, is niet tevreden over de nieuwe wet; “eerlijk gezegd durf ik de stelling wel aan dat je het symboolwetgeving kan noemen”.

“Zorgfraude is een groot maatschappelijk probleem”, stelt Den Exter in een opiniestuk in het Nederlands Dagblad. “Alleen al in de langdurige zorgsector werd in 2019 voor ongeveer 35 miljoen euro gefraudeerd”. Daarnaast blijkt dat de zorgsector veelvuldig wordt gebruikt om geld wit te wassen en kwetsbare cliënten uit te buiten. Om dit soort praktijken tegen te gaan, ging begin dit jaar een nieuwe wet in. Deskundigen zoals Den Exter zijn echter sceptisch en verwachten niet dat de wet veel zal veranderen.

De mazen in de nieuwe wet 

De Wet Toetreding Zorgaanbieders verplicht elk nieuw zorgbedrijf zich te melden bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Het VWS kan vragen om een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) of een aanvullend integriteitsonderzoek instellen naar het criminele verleden van een directeur. In de eerste twee maanden van 2022 zijn er 1270 nieuwe bedrijven opgestart. Maar voor 1250 van de 1270 bedrijven geldt de genoemde controle helemaal niet. De nieuwe wet maakt namelijk een uitzondering voor kleine bedrijven met minder dan 10 werknemers. Zo kunnen zorgdirecteuren met een dubieus zorgverleden telkens weer opnieuw beginnen zonder gecontroleerd te worden.

Risicovolle uitzondering

“Bij kleine bedrijven zijn de risico’s juist groter”, stelt Den Exter. “Het winstoogmerk staat voorop en die hebben ook niet altijd de juiste kwalificaties, dus die wil je niet in de zorg hebben. Maar die kunnen dat wel gaan organiseren, want ze vallen immers buiten de reikwijdte van die wet”, concludeert de universitair hoofddocent. “Eerlijk gezegd durf ik de stelling wel aan dat je het symboolwetgeving kan noemen”, aldus Den Exter.

Hoe wel? 

Het terugdringen van malafide zorgondernemers kan volgens deskundigen bereikt worden door beter te gaan controleren; zowel op papier als fysiek. Ook gemeenten moeten voor inspectie zorgen. Zij sluiten namelijk contracten af met aanbieders en zullen kritischer moeten gaan kijken met wie ze in zee gaan. De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) is het hiermee eens, maar geeft aan niet genoeg mogelijkheden en middelen te hebben.

Den Exter stelt eveneens dat zorgverzekeraars een belangrijke taak hebben om zorgfraude tegen te gaan. Via materiële controles kunnen zij erachter komen of de zorgverleners inderdaad de zorg hebben verleend zoals gedeclareerd. In geval van declaratiefraude kan het medisch tuchtrecht een uitkomst bieden, geeft Den Exter aan. “De tuchtrechter is onverbiddelijk voor beunhazen en fraudeurs. Door te frauderen worden kernwaarden van de professie, waaronder betrouwbaarheid, zorgvuldigheid en maatschappelijke verantwoordelijkheid op grove wijze geschonden.” 

Bron: Erasmus Universiteit Rotterdam

Met trots presenteren wij het tweede RGD Magazine 2021-2022 met het thema ‘De Zorgverleners’!

Lees onder meer over:

  • Governance en het medisch specialistisch bedrijf (R. Blik)
  • Inzet positief geteste zorgmedewerkers in ziekenhuizen (M. Fijnheer & A. Keijzer)
  • Interview met Frank Barendrecht (Ploum)
  • Meldplicht bij incidenten (M. Swelsen & R. Kuiper)
  • #MeToo in de zorg (I. Kuypers & M. de Die)
  • Samen beslissen. Wat betekent dat? (M. Buijsen)
  • Interview met zorgverleners in de praktijk

Op donderdag 14 april van 11:00 – 12:00 uur verzorgt mr. Suzan Slijpen van Slijpen Legal een online gastcollege over geneesmiddelenontwikkeling en weesgeneesmiddelen. Aanmelden kan door te mailen naar secretaris@rgdispuut.nl

Een klein woord van mr. Suzan Slijpen zelf over het gastcollege:

“Geneesmiddelenontwikkeling is één van de aspecten binnen het geneesmiddelenrecht waar veel interessante aspecten aan kleven en waar ontzettend veel over te vertellen valt. Van inkoop grondstoffen tot aan de terhandstelling van een geneesmiddel aan de patiënt: ALLES is gereguleerd en omkleed met waarborgen. Daar wil ik jullie wat meer over vertellen. Doel is dat jullie een beeld krijgen van hoe de ontwikkeling en productie van een geneesmiddel in zijn werk gaat en hoe een fabrikant toestemming krijgt om een product op de markt aan te bieden.

Tevens wil ik kort ingaan op de zogenaamde weesgeneesmiddelen: dat zijn geneesmiddelen die bestemd zijn voor personen die aan zeldzame aandoeningen lijden (5 op de 10.000 binnen de EU) en waar bijzondere regels voor gelden.

Ik kijk uit naar 14 april!”


Slijpen Legal is een niche kantoor dat zich gespecialiseerd heeft in juridische vraagstukken met betrekking tot vier hoofdcategorieën: levensmiddelen, cosmetische producten, medische hulpmiddelen en geneesmiddelen. Binnen deze vier hoofdcategorieën zijn verschillende subcategorieën te onderscheiden, die soms ook met elkaar overlappen. De wet- en regelgeving binnen deze gebieden is sterk Europees gekleurd en de regeldichtheid is enorm. Slijpen Legal biedt in deze kluwen van wet- en regelgeving ondersteuning en bekijkt met ondernemingen hoe men over de hele linie (van productontwikkeling tot verkoop aan de eindgebruiker) kan voldoen aan de wet en de binnen de industrie geldende kwaliteitsnormen.

 

Dianne Vugts wil na de amputatie van haar been blijven sporten, maar de zorgverzekering van de 49-jarige vrouw wil de benodigde sportprothese niet vergoeden. Dianne vindt dat het systeem moet veranderen en sleept haar verzekering, Interpolis, voor de rechter. Martin Buijsen, hoogleraar Gezondheidsrecht aan Erasmus School of Law, heeft begrip voor zowel de standpunten van Dianne als die van Interpolis, legt hij uit aan RTL Nieuws.

Diannes verzoek om een sportprothese voor hardlopen werd afgewezen door Interpolis, gezien ze al een prothese heeft voor dagelijks gebruik. Voor sporten is een andere, speciale prothese nodig. Diannes revalidatiearts stelde een ‘functioneringsgerichte indicatiestelling’ op waarin hij de sportprothese als doelmatig bestempelt, maar de verzekering veegde de aanvraag van tafel zonder contact op te nemen met Dianne of de revalidatiearts.

Geen noodzaak

Deze gang van zaken is geen uitzondering. Buijsen legt uit dat voor vergoeding via het basispakket geldt dat een genees- of hulpmiddel doelmatig moet zijn. “Een prothese voor dagelijks gebruik wordt daarom altijd vergoed, want die heb je nodig om in het dagelijks leven naar behoren te functioneren”, legt Buijsen uit. “Een prothese om te sporten gaat, volgens de wet, boven het medisch noodzakelijke. Daarom mogen zorgverzekeraars deze claims afwijzen.”

Financiering

Via de Wet Maatschappelijke Ondersteuning en het platform Uniek Sporten van Fonds Gehandicaptensport kan een deel van het bedrag van een sportprothese worden gefinancierd. Dianne geeft aan dat ze hier liever geen gebruik van maken; ze vindt dat dit bij de zorgplicht van de verzekeraars hoort.

Nike Boor, directeur van Fonds Gehandicaptensport, steunt de rechtszaak van Dianne. Hij legt uit dat zijn fonds een noodverband is en dat een structurele oplossing erg gewenst is. De ideale oplossing is volgens Boor dat zorgverzekeraars verplicht wordt sportprotheses uit het basispakket te vergoeden. Daarnaast geeft hij aan dat verzekeraars zichzelf in de vingers snijden. “Het Kenniscentrum Sport en Bewegen heeft berekend dat een sportprothese 4,5 keer de investering terugverdient”, vertelt Boor. “Mensen staan er gezond en fit en positief van in het leven. Daardoor doen ze veel minder een beroep op andere zorg.”

Overbodige ‘luxe’?

Buijsen heeft begrip voor de argumenten van de verzekeringen. “Ik vind het te verdedigen dat een sportprothese voor eigen rekening komt. Het een ‘luxe’ noemen voelt niet juist, maar het is ook niet noodzakelijk om normaal te functioneren”, vertelt de hoogleraar. “De wet moet ergens een grens trekken, want het geld komt uit collectieve middelen.” Buijsen benadrukt daarnaast dat hij eveneens begrip heeft voor de punten van Dianne en Boor: “Het is absoluut waar dat deze mensen minder een beroep zullen doen op andere zorg. Ze hebben allebei een punt. De politiek heeft nu eenmaal deze keuze gemaakt”. Buijsen concludeert dat zorgverzekeraars niks verkeerds doen als ze de claims weigeren. “Aan de andere kant: er is ook niets dat ze tegenhoudt deze prothese wél te vergoeden”.

 

Bron: Erasmus Universiteit Rotterdam